Helaas is niet bekend wie de oorspronkelijke architect van het karakteristieke gebouwtje uit 1928 is. Wel kan worden geconstateerd dat deze man/vrouw zijn of haar uiterste best gedaan heeft er een bijzonder bouwwerk van te maken. Hoewel er tegenwoordig niet vaak zo’n “pareltje” voorbij komt was dat zo’n 10 jaar geleden wel anders. Leegstand werd gezien als een serieus probleem en droeg bij aan de afnemende leefbaarheid op het platteland en in de stad. Om industrieel erfgoed destijds goed te kunnen herbestemmen zijn organisaties in het leven geroepen en enorme subsidies verstrekt. Hoe anders is het anno 2021.

Vanaf de zijlijn heb ik deze ontwikkeling altijd op de voet gevolgd. Door mijn gebrek aan ervaring met monumenten, kreeg ik zelf niet de kans om een oud industrieel monument te mogen herbestemmen. Met de gunning van dit complex, een aanjaagstation met twee drinkwaterreservoirs, krijg ik de kans om zelfs 3 monumenten te mogen restaureren en te herbestemmen. Ik zie deze kans dan ook als een enorme verrijkende uitdaging.

Mijn liefde voor industrieel erfgoed is ontstaan in de periode dat ik op de TU delft studeerde en onderzoek deed naar mijn overgrootvader Anne Frederik Hoekstra. Boerenzoon Anne Frederiks Hoekstra was een architect van met name coöperatieve zuivelfabrieken en gemalen. In zijn tijd waren de opdrachten schaars. Door zijn maatschappelijke betrokkenheid en analytische vermogen, probeerde hij veel praktische problemen zelf op te lossen. Hij hielp boeren met het opzetten van coöperatieve zuivelfabrieken en de oprichting van waterschappen.

Misschien is hij wel de architect van dit aanjaagstation geweest?
Dit aanjaagstation, gebouwd door de voormalige Leeuwarder Waterleiding Maatschappij, Is namelijk in eerste instantie gebouwd om vooral de zuivelfabrieken van voldoende water te voorzien. In 1928 blijkt namelijk dat de 22 bij de waterleiding maatschappij aangesloten zuivelfabrieken een zesde van het door het hoofdpompstation geleverde water verbruikte. (bron van drinkwaterbron tot drinkwaterleiding pag. 45)
Naast de waardering voor het werk van mijn overgrootvader heb ik ook een enorme waardering voor zijn tijdgenoot meubelmakers zoon Gerrit Rietveld. Beiden waren pioniers. Anne Frederik Hoekstra in functioneel, praktische zin en Gerrit Rietveld op het gebied van vormgeving en materiaalgebruik. Beiden waren vernieuwers en vernieuwer moest je zijn in een tijd van crisis en oorlog. Deze periode wordt ook wel het interbellum genoemd.

Op het gebied van vormgeving en architectuur wordt het interbellum ook wel de meest turbulente, creatieve en extreme tijd in de geschiedenis van Nederland en de rest van Europe. De interbellum architectuur is een architectuurstijl die karakteristieke kenmerken vertoont van de bekendste bouwstijlen uit die periode. Het gebruik van beton en staal van het nieuwe bouwen werd bijvoorbeeld gecombineerd met bakstenen muren van de Amsterdamse school. Het lijnenspel, het materiaalgebruik en het kleurgebruik (vooral in het interieur) van het Aanjaagstation vertonen veel overeenkomsten met andere karakteristieke bouwwerken uit deze periode.